donderdag 24 maart 2011

Basisschool

De directeur van een basisschool in de buurt contacteert ons en vraagt of hij een leerling, samen met zijn moeder, mag doorsturen naar het SSG. De leerling heeft al een hele tijd luizen en hij vermoedt dat er meer aan de hand is in dit gezin. We maken een afspraak en 2 dagen later komt er een verlegen moeder met haar zoontje aan op het SSG. Omdat mevrouw duidelijk de indruk geeft het zaakje niet te vertrouwen zeggen we niet teveel en behandelen we de zoon, die overduidelijk al een hele tijd geplaagd zit met luizen. We leggen haar het verschil uit tussen de witte, zwarte en bruine neten en vertellen haar dat ze vooral de bruine neten moet uitkammen/verwijderen, aangezien deze neten nog leven. Ze vertelde ons dat ze altijd had gedacht dat dit zandkorreltjes waren. Omdat onze dienst moet werken met een elektronische luizenkam (natkammethode is niet haalbaar, luizenshampoo te duur) laten we het kind elke dag terugkomen totdat hij luis -en netenvrij is.

Op dag 3 begint mevrouw te vertellen over haar moeilijke leven. We geven enkele staaltjes drinkyoghurt van de diĆ«tiste mee met het kind. De volgende dag vertelt de jongen ons dat hij blij was dat hij die staaltjes meekreeg want hij had die de dag voordien gebruikt als middagmaal op de school… Deze mededeling brengt een heel gesprek met de moeder met zich mee, waaruit blijkt dat er wel collectieve schuldbemiddeling is maar dat er momenteel geen geld is omdat mevrouw een schorsing opliep van de RVA.
Ze had zich moeten aanbieden maar vond de weg niet… Mevrouw heeft amper leefgeld, de kasten zijn leeg… Leefloon van het OCMW is volgens de collectieve schuldbemiddelaar geen optie omdat er op het einde van de maand wel weer geld zal zijn…

We melden mevrouw aan bij de voedselbank in de buurt en spreken met haar af dat we zullen meegaan om de eerste drempel te nemen. Mevrouw zou eerst haar kind naar school brengen en zou dan naar het kruispunt aan het einde van de straat komen. 20 minuten later … geen mevrouw X te zien, totdat plotseling de dienstGSM rinkelt: mevrouw vindt de weg niet, ondanks het feit dat ze in de juiste straat staat: ze kan niet vatten dat de straat achter een bepaald kruispunt nog doorloopt en is helemaal in paniek. Uiteindelijk gaan we terug om mevrouw op te pikken en samen naar de voedselbank te gaan. Mevrouw is in de wolken en, zo blijkt achteraf, ook het zoontje. Omdat we net kleding hebben gekregen, geven we mevrouw nog kledingstukken voor haar zoon mee.

De luizen blijken hardnekkig en betrokkene komen nog vaak terug. Tijdens een gesprek op ons bureel stellen we mevrouw voor om mee te doen aan de cursus van BinnensteBuiten. Na het intakegesprek aldaar is ze bijzonder enthousiast. We vernamen nadien dat ze de volledige cursus heeft uitgedaan en kunnen dit ook vaststellen: we zien een vrouw terug met veel meer zelfvertrouwen.

We hebben mevrouw moeten loslaten omdat ze verhuisde buiten de sector, maar ze werd nog wel opgevolgd door de coƶrdinator van BinnesteBuiten die de contacten heeft gelegd met de thuisbegeleidingsdienst en de collectieve schuldbemiddelaar. Het zoontje is intussen geplaatst.

De rol van het sociaal steunpunt gezondheid in deze situatie is niet enkel het behandelen voor luizen, maar ook het geven van gezondheidsvoorlichting (hoe herken ik neten), ervoor zorgen dat er voldoende en gezond voedsel is (door mee te gaan naar de voedselbank want alleen durfde mevrouw dit niet), het winnen van het vertrouwen van de moeder zodat ze kan worden doorgestuurd naar een andere dienst die haar op een ander vlak kan helpen (BinnensteBuiten in dit geval)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten