We worden opgebeld door de sociale dienst van het ziekenhuis waar de familie C kort geleden werd opgenomen. Het betreft een jongbejaarde vrouw met vermoeden van vroegtijdige dementie en haar gehandicapte zoon. Deze zoon werd opgenomen omdat het niet duidelijk was of hij alleen thuis kon blijven. De zoon wordt nu deels opgevangen door zijn zus, die in het Gentse werkt en woont.
Het hygiënisch woontoezicht van de Stad Antwerpen blijkt gekend bij betrokkenen: de woning is vuil, verkommerd en verwaarloosd. Er zou ook een probleem zijn met binnensijpelend vocht. De collega’s van de dienst Gezinszorg werden ook door de sociale dienst van het ziekenhuis ingeschakeld en melden ons dat de woning vrijwel leeg is. De inboedel blijkt te zijn meegenomen door een ander kind van mevrouw C.
We contacteren hygiënisch woontoezicht voor meer informatie, de sociale dienst van de woningmaatschappij die dezelfde week nog de technische dienst langs stuurt en de collega’s van de dienst gezinszorg. Deze laatste melden ons dat zij de situatie in de hand hebben en ons zullen contacteren als er iets moet gebeuren.
Enkele dagen later worden we gecontacteerd met de vraag of onze dienst kan voorzien in klein huisgerief en/of we een dienst kennen die dit kan in orde brengen. We verwijzen door naar onze collega’s van het sociaal centrum om gerief te laten komen van de Pax.
Intussen heeft de dochter het sociaal centrum al gecontacteerd en er verteld dat ze zelf al voor kleine huisraad heeft gezorgd. Bij contactopname met de dienst gezinszorg blijkt dit helemaal het geval niet te zijn. Pax wordt toch ingeschakeld. We nemen ook contact op met CLB van de school voor buitengewoon onderwijs van de (minderjarige) zoon en vernemen dat de jongen niet op internaat wil, dat er nog geen nummer bij het Vlaams Agentschap werd aangevraagd voor begeleid wonen en dat deze dienst zich erg zorgen maakt over de jongen. Ze vragen ons expliciet om bij het gezin langs te blijven gaan in de thuissituatie om aldus preventief te werken, er is gevaar op manipulatie en misbruik, gevaar op malnutritie en vervuiling,…
Intussen vernemen we van de sociale dienst dat de moeder, in tegenstelling tot eerdere berichten, niet geplaatst zal worden, maar vermoedelijk naar huis zal komen. Onze rol beperkt zich voorlopig tot het fungeren als contactpersoon.
Een week later worden we opnieuw gecontacteerd door de sociale dienst met de melding dat mevrouw C intussen helemaal is opgeklaard en dat ze vertelt dat er geld van haar rekening verdwijnt. Ze wijst hierbij naar haar dochter die in het Brusselse woont en een volmacht op haar rekening heeft. Vanuit de sociale dienst zullen ze een bewindvoerder voor mevrouw aan te vragen en ze vragen of wij hetzelfde kunnen doen voor de zoon. Hierop melden we dat het handiger is als er 1 bewindvoerder is voor het hele gezin en dat we even afwachten tot we een naam van de bewindvoerder hebben van de moeder.
Enkele dagen later belt de sociale dienst ons terug: de moeder vertrekt einde deze week uit het ziekenhuis, op aangeven van de Gentse dochter, de bewindvoering kan niet meer aangevraagd worden vanuit het ziekenhuis. Om de bewindvoering voor de zoon te kunnen aanvragen, zoeken we een huisarts voor deze zoon die de nodige documenten kan invullen, wat niet evident is aangezien de meeste huisartsenpraktijken momenteel een wachtlijst hebben. Het lukt ons toch en we maken een afspraak om met haar zoon langs de huisartspraktijk te gaan.
We zullen ook de sociale dienst contacteren om preventieve woonbegeleiding aan te vragen voor betrokkenen. Eenmaal deze dienst is opgestart zullen wij waarschijnlijk een stapje terug kunnen zetten. Helaas zijn er wachtlijsten bij deze dienst voor woonbegeleiding.
Deze situatie is nog in een beginstadium en we vermoeden dat er nog heel wat zal bij komen kijken.
Posts tonen met het label case. Alle posts tonen
Posts tonen met het label case. Alle posts tonen
donderdag 24 maart 2011
vereenzaming
’s Morgens vroeg rinkelt de telefoon: een paniekerige mevrouw vraagt of wij de dienst zijn die bij haar buurvrouw op bezoek zal komen. Ze heeft een kaartje gevonden waarin stond dat er “iemand” van het ocmw zou langskomen, later die week. Op ons ontkennend antwoord vertelt ze een verhaal: haar buurvrouw is, na het recente overlijden van haar vriend, teruggekomen naar de woning die deels haar eigendom is. Ze werd door de buren helemaal verward aangetroffen, zittend op de drempel. De buren belden de ziekenwagen maar diezelfde avond stond mevrouw al terug voor de deur. De buren maken zich zorgen over de verwardheid van mevrouw L en over de staat van de woning. Het is hartje winter, steenkoud, en ze vermoeden dat er geen verwarming is.
Die zelfde middag gaan we op huisbezoek. We ruiken een koude, vochtige woning, maar gelukkig brandt er 1 kachel. Mevrouw geeft inderdaad een erg verwarde indruk en springt tijdens het gesprek van de hak op de tak. We kunnen gelukkig achterhalen dat er een huisarts was in het verleden (en gelukkig ook een naam van de arts in kwestie). Er zijn geen mantelzorgers… of mevrouw weet het niet meer.
Het Sociaal Steunpunt Gezondheid contacteert de buurvrouw om te melden dat onze dienst zal instappen bij mevrouw. De huisarts wordt gecontacteerd en nadat die laatste heeft gehoord wat onze indrukken zijn, beloofd ze dat ze er dezelfde dag nog op huisbezoek zal gaan. De arts wist niet dat mevrouw terug thuis was maar ze kan ons wel vertellen dat er in het verleden als problemen met verwardheid en depressies waren. Mevrouw was in het verleden in behandeling bij een neuropsychiater maar ze kwam de afspraken niet na… ze kon dit waarschijnlijk niet onthouden of was bang om te weten wat er aan de hand was.
Vanuit het SSG maken we een nieuwe afspraak met dezelfde neuropsychiater.
’s Middags belt de huisarts ons terug op: ze heeft medicatie voorgeschreven en iemand zou die met mevrouw moeten gaan halen en moeten klaarzetten. We gaan op stap met mevrouw, na eerst het doktersvoorschrift overal te hebben gezocht, naar de apotheker. Mevrouw blijkt absoluut niet op de hoogte te zijn van de waarde van een euro. Thuis blijkt ze op een verborgen plaats heel wat geld te hebben verstopt… We zetten de medicatie klaar in een weekdispenser en vertrekken terug naar het SSG om contact op te nemen met de collega’s van de dienst gezinszorg om dringend gezinszorg aan te vragen.
In afwachting van inschakeling van deze laatste dienst, gaan we minstens 1 keer per week op bezoek bij mevrouw. Tijdens het eerstvolgende bezoek blijkt dat mevrouw alle pillen uit de dispenser heeft gehaald, ze gesorteerd heeft op kleur en ze vervolgens weer in de bakjes heeft gelegd. Dit is erg gevaarlijk! Dit wordt gemeld aan de huisarts en er wordt, op aanraden van de huisarts, thuisverpleging aangevraagd aan een frequentie van 1 keer per dag. Ze kunnen naast het klaarzetten van de medicatie en de controle op de inname ervan, ineens mevrouw wassen en aankleden want ook dat is nodig.
Mevrouw wordt hoe langer hoe meer verward: op een gegeven moment gaan we op huisbezoek en ontdekken dat mevrouw de gaskraan heeft opengezet omdat ze het niet meer ziet zitten. De huisarts wordt erbij gehaald…
Omdat we ook twijfelen aan de kwaliteit van de voedingen van mevrouw wordt er, met haar toestemming, ook een aanvraag voor het bekomen van warme maaltijden gedaan. Onze dienst neemt contact op met de maatschappelijk werker van de dienst plaatsingen om na te gaan of een aanvraag tot het bekomen van een serviceflat, als wel een plaatsingsaanvraag in een rusthuis kan gebeuren. We brengen een huisbezoek, samen met voornoemde maatschappelijk werkers, in de hoedanigheid van vertrouwensfiguur van deze klant en mevrouw stemt toe met een aanvraag.
Tijdens de volgende huisbezoeken blijkt dat de komst van de thuisverpleging de situatie al ten goede heeft gekeerd: mevrouw ziet er netjes uit, heeft geen lichaamsgeur en neemt de medicatie naar behoren in. De thuisverpleging ontdekt een huidprobleem bij mevrouw, maakt een afspraak in het ziekenhuis bij de dermatoloog en vraagt aan onze dienst of we kunnen meegaan. Mevrouw zelf is absoluut niet in staat om de weg te vinden of de afspraak nog maar te onthouden. Tijdens de tocht naar het ziekenhuis vertelt mevrouw dat ze echt erg eenzaam is en WijkNet wordt ingeschakeld.
De datum van het consult met de neuropsychiater breekt aan en we gaan mee met mevrouw, die overduidelijk erg zenuwachtig is en nog meer in de war geraakt door de idee alleen al. De neuropsychiater geeft aan dat het schitterend is dat er ditmaal iemand bij is die meer kan vertellen over het functioneren van mevrouw in de thuissituatie en die mee de afspraak in het oog kan houden. Na dit consult volgt een verder onderzoek, waarbij we ook meegaan met klant
.
Intussen zijn er al zoveel betrokken partners bij mevrouw dat een zorgoverleg zich opdringt. Tijdens dit zorgoverleg wordt er beslist om mevrouw 1 keer per week naar het dienstencentrum te laten gaan om daar een warme maaltijd te gebruiken en in het gezelschap te zijn van andere mensen.Uiteindelijk, meer dan een jaar later, meldt klant dat ze graag naar een rusthuis zou gaan
Die zelfde middag gaan we op huisbezoek. We ruiken een koude, vochtige woning, maar gelukkig brandt er 1 kachel. Mevrouw geeft inderdaad een erg verwarde indruk en springt tijdens het gesprek van de hak op de tak. We kunnen gelukkig achterhalen dat er een huisarts was in het verleden (en gelukkig ook een naam van de arts in kwestie). Er zijn geen mantelzorgers… of mevrouw weet het niet meer.
Het Sociaal Steunpunt Gezondheid contacteert de buurvrouw om te melden dat onze dienst zal instappen bij mevrouw. De huisarts wordt gecontacteerd en nadat die laatste heeft gehoord wat onze indrukken zijn, beloofd ze dat ze er dezelfde dag nog op huisbezoek zal gaan. De arts wist niet dat mevrouw terug thuis was maar ze kan ons wel vertellen dat er in het verleden als problemen met verwardheid en depressies waren. Mevrouw was in het verleden in behandeling bij een neuropsychiater maar ze kwam de afspraken niet na… ze kon dit waarschijnlijk niet onthouden of was bang om te weten wat er aan de hand was.
Vanuit het SSG maken we een nieuwe afspraak met dezelfde neuropsychiater.
’s Middags belt de huisarts ons terug op: ze heeft medicatie voorgeschreven en iemand zou die met mevrouw moeten gaan halen en moeten klaarzetten. We gaan op stap met mevrouw, na eerst het doktersvoorschrift overal te hebben gezocht, naar de apotheker. Mevrouw blijkt absoluut niet op de hoogte te zijn van de waarde van een euro. Thuis blijkt ze op een verborgen plaats heel wat geld te hebben verstopt… We zetten de medicatie klaar in een weekdispenser en vertrekken terug naar het SSG om contact op te nemen met de collega’s van de dienst gezinszorg om dringend gezinszorg aan te vragen.
In afwachting van inschakeling van deze laatste dienst, gaan we minstens 1 keer per week op bezoek bij mevrouw. Tijdens het eerstvolgende bezoek blijkt dat mevrouw alle pillen uit de dispenser heeft gehaald, ze gesorteerd heeft op kleur en ze vervolgens weer in de bakjes heeft gelegd. Dit is erg gevaarlijk! Dit wordt gemeld aan de huisarts en er wordt, op aanraden van de huisarts, thuisverpleging aangevraagd aan een frequentie van 1 keer per dag. Ze kunnen naast het klaarzetten van de medicatie en de controle op de inname ervan, ineens mevrouw wassen en aankleden want ook dat is nodig.
Mevrouw wordt hoe langer hoe meer verward: op een gegeven moment gaan we op huisbezoek en ontdekken dat mevrouw de gaskraan heeft opengezet omdat ze het niet meer ziet zitten. De huisarts wordt erbij gehaald…
Omdat we ook twijfelen aan de kwaliteit van de voedingen van mevrouw wordt er, met haar toestemming, ook een aanvraag voor het bekomen van warme maaltijden gedaan. Onze dienst neemt contact op met de maatschappelijk werker van de dienst plaatsingen om na te gaan of een aanvraag tot het bekomen van een serviceflat, als wel een plaatsingsaanvraag in een rusthuis kan gebeuren. We brengen een huisbezoek, samen met voornoemde maatschappelijk werkers, in de hoedanigheid van vertrouwensfiguur van deze klant en mevrouw stemt toe met een aanvraag.
Tijdens de volgende huisbezoeken blijkt dat de komst van de thuisverpleging de situatie al ten goede heeft gekeerd: mevrouw ziet er netjes uit, heeft geen lichaamsgeur en neemt de medicatie naar behoren in. De thuisverpleging ontdekt een huidprobleem bij mevrouw, maakt een afspraak in het ziekenhuis bij de dermatoloog en vraagt aan onze dienst of we kunnen meegaan. Mevrouw zelf is absoluut niet in staat om de weg te vinden of de afspraak nog maar te onthouden. Tijdens de tocht naar het ziekenhuis vertelt mevrouw dat ze echt erg eenzaam is en WijkNet wordt ingeschakeld.
De datum van het consult met de neuropsychiater breekt aan en we gaan mee met mevrouw, die overduidelijk erg zenuwachtig is en nog meer in de war geraakt door de idee alleen al. De neuropsychiater geeft aan dat het schitterend is dat er ditmaal iemand bij is die meer kan vertellen over het functioneren van mevrouw in de thuissituatie en die mee de afspraak in het oog kan houden. Na dit consult volgt een verder onderzoek, waarbij we ook meegaan met klant
.
Intussen zijn er al zoveel betrokken partners bij mevrouw dat een zorgoverleg zich opdringt. Tijdens dit zorgoverleg wordt er beslist om mevrouw 1 keer per week naar het dienstencentrum te laten gaan om daar een warme maaltijd te gebruiken en in het gezelschap te zijn van andere mensen.Uiteindelijk, meer dan een jaar later, meldt klant dat ze graag naar een rusthuis zou gaan
Basisschool
De directeur van een basisschool in de buurt contacteert ons en vraagt of hij een leerling, samen met zijn moeder, mag doorsturen naar het SSG. De leerling heeft al een hele tijd luizen en hij vermoedt dat er meer aan de hand is in dit gezin. We maken een afspraak en 2 dagen later komt er een verlegen moeder met haar zoontje aan op het SSG. Omdat mevrouw duidelijk de indruk geeft het zaakje niet te vertrouwen zeggen we niet teveel en behandelen we de zoon, die overduidelijk al een hele tijd geplaagd zit met luizen. We leggen haar het verschil uit tussen de witte, zwarte en bruine neten en vertellen haar dat ze vooral de bruine neten moet uitkammen/verwijderen, aangezien deze neten nog leven. Ze vertelde ons dat ze altijd had gedacht dat dit zandkorreltjes waren. Omdat onze dienst moet werken met een elektronische luizenkam (natkammethode is niet haalbaar, luizenshampoo te duur) laten we het kind elke dag terugkomen totdat hij luis -en netenvrij is.
Op dag 3 begint mevrouw te vertellen over haar moeilijke leven. We geven enkele staaltjes drinkyoghurt van de diëtiste mee met het kind. De volgende dag vertelt de jongen ons dat hij blij was dat hij die staaltjes meekreeg want hij had die de dag voordien gebruikt als middagmaal op de school… Deze mededeling brengt een heel gesprek met de moeder met zich mee, waaruit blijkt dat er wel collectieve schuldbemiddeling is maar dat er momenteel geen geld is omdat mevrouw een schorsing opliep van de RVA.
Ze had zich moeten aanbieden maar vond de weg niet… Mevrouw heeft amper leefgeld, de kasten zijn leeg… Leefloon van het OCMW is volgens de collectieve schuldbemiddelaar geen optie omdat er op het einde van de maand wel weer geld zal zijn…
We melden mevrouw aan bij de voedselbank in de buurt en spreken met haar af dat we zullen meegaan om de eerste drempel te nemen. Mevrouw zou eerst haar kind naar school brengen en zou dan naar het kruispunt aan het einde van de straat komen. 20 minuten later … geen mevrouw X te zien, totdat plotseling de dienstGSM rinkelt: mevrouw vindt de weg niet, ondanks het feit dat ze in de juiste straat staat: ze kan niet vatten dat de straat achter een bepaald kruispunt nog doorloopt en is helemaal in paniek. Uiteindelijk gaan we terug om mevrouw op te pikken en samen naar de voedselbank te gaan. Mevrouw is in de wolken en, zo blijkt achteraf, ook het zoontje. Omdat we net kleding hebben gekregen, geven we mevrouw nog kledingstukken voor haar zoon mee.
De luizen blijken hardnekkig en betrokkene komen nog vaak terug. Tijdens een gesprek op ons bureel stellen we mevrouw voor om mee te doen aan de cursus van BinnensteBuiten. Na het intakegesprek aldaar is ze bijzonder enthousiast. We vernamen nadien dat ze de volledige cursus heeft uitgedaan en kunnen dit ook vaststellen: we zien een vrouw terug met veel meer zelfvertrouwen.
We hebben mevrouw moeten loslaten omdat ze verhuisde buiten de sector, maar ze werd nog wel opgevolgd door de coördinator van BinnesteBuiten die de contacten heeft gelegd met de thuisbegeleidingsdienst en de collectieve schuldbemiddelaar. Het zoontje is intussen geplaatst.
De rol van het sociaal steunpunt gezondheid in deze situatie is niet enkel het behandelen voor luizen, maar ook het geven van gezondheidsvoorlichting (hoe herken ik neten), ervoor zorgen dat er voldoende en gezond voedsel is (door mee te gaan naar de voedselbank want alleen durfde mevrouw dit niet), het winnen van het vertrouwen van de moeder zodat ze kan worden doorgestuurd naar een andere dienst die haar op een ander vlak kan helpen (BinnensteBuiten in dit geval)
Op dag 3 begint mevrouw te vertellen over haar moeilijke leven. We geven enkele staaltjes drinkyoghurt van de diëtiste mee met het kind. De volgende dag vertelt de jongen ons dat hij blij was dat hij die staaltjes meekreeg want hij had die de dag voordien gebruikt als middagmaal op de school… Deze mededeling brengt een heel gesprek met de moeder met zich mee, waaruit blijkt dat er wel collectieve schuldbemiddeling is maar dat er momenteel geen geld is omdat mevrouw een schorsing opliep van de RVA.
Ze had zich moeten aanbieden maar vond de weg niet… Mevrouw heeft amper leefgeld, de kasten zijn leeg… Leefloon van het OCMW is volgens de collectieve schuldbemiddelaar geen optie omdat er op het einde van de maand wel weer geld zal zijn…
We melden mevrouw aan bij de voedselbank in de buurt en spreken met haar af dat we zullen meegaan om de eerste drempel te nemen. Mevrouw zou eerst haar kind naar school brengen en zou dan naar het kruispunt aan het einde van de straat komen. 20 minuten later … geen mevrouw X te zien, totdat plotseling de dienstGSM rinkelt: mevrouw vindt de weg niet, ondanks het feit dat ze in de juiste straat staat: ze kan niet vatten dat de straat achter een bepaald kruispunt nog doorloopt en is helemaal in paniek. Uiteindelijk gaan we terug om mevrouw op te pikken en samen naar de voedselbank te gaan. Mevrouw is in de wolken en, zo blijkt achteraf, ook het zoontje. Omdat we net kleding hebben gekregen, geven we mevrouw nog kledingstukken voor haar zoon mee.
De luizen blijken hardnekkig en betrokkene komen nog vaak terug. Tijdens een gesprek op ons bureel stellen we mevrouw voor om mee te doen aan de cursus van BinnensteBuiten. Na het intakegesprek aldaar is ze bijzonder enthousiast. We vernamen nadien dat ze de volledige cursus heeft uitgedaan en kunnen dit ook vaststellen: we zien een vrouw terug met veel meer zelfvertrouwen.
We hebben mevrouw moeten loslaten omdat ze verhuisde buiten de sector, maar ze werd nog wel opgevolgd door de coördinator van BinnesteBuiten die de contacten heeft gelegd met de thuisbegeleidingsdienst en de collectieve schuldbemiddelaar. Het zoontje is intussen geplaatst.
De rol van het sociaal steunpunt gezondheid in deze situatie is niet enkel het behandelen voor luizen, maar ook het geven van gezondheidsvoorlichting (hoe herken ik neten), ervoor zorgen dat er voldoende en gezond voedsel is (door mee te gaan naar de voedselbank want alleen durfde mevrouw dit niet), het winnen van het vertrouwen van de moeder zodat ze kan worden doorgestuurd naar een andere dienst die haar op een ander vlak kan helpen (BinnensteBuiten in dit geval)
Case sociale woning
Meneer W is een alleenstaande, bejaarde weduwnaar die al sinds jaren een sociale huurwoning bewoont. Hij wordt ons aangemeld door een vriend. Deze vriend heeft betrokkene laten hospitaliseren omwille van verwaarlozing en ondervoeding.
We vragen eerst aan de klant in het ziekenhuis de toestemming om de woning te betreden, samen met de mantelzorger en treffen daar een uitgeleefde, verwaarloosde, vervuilde flat aan. Het is duidelijk dat er hier iets moet gebeuren…Sociale dienst van het ziekenhuis wordt gecontacteerd teneinde meer informatie over gezondheidstoestand van klant te vernemen en om te melden dat we vermoeden dat, gezien de staat van de woning en de toestand van de klant, er hulp nodig is. Men vertelt ons dat meneer al een paar maal is opgenomen op dezelfde manier en dat hij altijd alle hulp heeft geweigerd. Er wordt ons eveneens meegedeeld dat meneer aan het einde van de week met ontslag zal gaan.
We melden klant preventief aan voor zowel poetshulp als gezinszorg en komen met de mantelzorgers overeen dat zij het weekend voor meneer zullen koken en voor hem zullen zorgen, in de mate van het mogelijke.
Vlak na het weekend gaan we op huisbezoek en meneer blijkt zelfredzamer te zijn dan gedacht. We proberen te spreken over hulp in huis maar man ziet dit niet zitten, totdat hij na een drietal huisbezoeken toch plots meldt dat hij het eens wil proberen met poetshulp. Het feit dat onze dienst hemeen zetel kan bezorgen heeft daarin waarschijnlijk ook meegespeeld. Er worden snel contacten gelegd met de dienst poetshulp die meneer zo snel mogelijk een poetsvrouw stuurt.
Tijdens een volgend huisbezoek treffen we meneer met een gehechte hoofdwonde aan. Op onze vraag wat er is gebeurd, blijkt dat hij werd overvallen in de gang van de sociale woningblok. Hij vertelt ook dat hij al eens een dag heeft vastgezeten in de lift. De sociale woonblok staat vrijwel leeg, in afwachting van renovatie, enkel onze klant (op de hoogste verdieping) en een vriend van hem (verdiepingen lager) verblijven er nog. Er komen duidelijk nog andere mensen: de hele traphal staat vol troep, fietsen, kapotte televisietoestellen, het is er smerig! Er wordt contact opgenomen met de sociale dienst van de woningmaatschappij en die zorgt ervoor dat klant kan verhuizen naar een gelijkvloers appartementje in een andere straat. Via het sociaal centrum wordt er bekomen dat man een huurwaarborg in leen krijgt en dat de verhuis wordt gedaan door Levanto
.
Poetshulp verloopt goed, totdat er melding komt dat er iemand bij onze klant woont. Het blijkt de mantelzorger te zijn, die intussen dakloos is. We helpen ook deze man verder zodat onze klant niet het risico loopt uit zijn sociale woning te worden gezet. Er ontstaan allerhande praktische problemen omdat blijkt dat man intussen niet meer goed voor zichzelf kan zorgen. Hij is bijvoorbeeld zodanig vermagerd dat zijn broeken allemaal te groot zijn geworden en hij kan geen nieuwe broeken kopen wegens financiële problemen. Na contactopname met BinnensteBuiten mag deze man daar zijn broeken binnenbrengen om ze te laten aanpassen. Gezinszorg is nog steeds niet bespreekbaar. Op een gegeven moment meldt een andere kennis van klant ons dat meneer W met hoogdringendheid werd opgenomen in het ziekenhuis. Vooraleer we de sociale dienst kunnen inschakelen blijkt dat man al naar huis is. De frequentie van de huisbezoeken wordt opnieuw opgedreven totdat meneer erin toestemt ook gezinszorg te laten komen. Tot op heden redt meneer het wel met de aangeboden hulp.
We vragen eerst aan de klant in het ziekenhuis de toestemming om de woning te betreden, samen met de mantelzorger en treffen daar een uitgeleefde, verwaarloosde, vervuilde flat aan. Het is duidelijk dat er hier iets moet gebeuren…Sociale dienst van het ziekenhuis wordt gecontacteerd teneinde meer informatie over gezondheidstoestand van klant te vernemen en om te melden dat we vermoeden dat, gezien de staat van de woning en de toestand van de klant, er hulp nodig is. Men vertelt ons dat meneer al een paar maal is opgenomen op dezelfde manier en dat hij altijd alle hulp heeft geweigerd. Er wordt ons eveneens meegedeeld dat meneer aan het einde van de week met ontslag zal gaan.
We melden klant preventief aan voor zowel poetshulp als gezinszorg en komen met de mantelzorgers overeen dat zij het weekend voor meneer zullen koken en voor hem zullen zorgen, in de mate van het mogelijke.
Vlak na het weekend gaan we op huisbezoek en meneer blijkt zelfredzamer te zijn dan gedacht. We proberen te spreken over hulp in huis maar man ziet dit niet zitten, totdat hij na een drietal huisbezoeken toch plots meldt dat hij het eens wil proberen met poetshulp. Het feit dat onze dienst hemeen zetel kan bezorgen heeft daarin waarschijnlijk ook meegespeeld. Er worden snel contacten gelegd met de dienst poetshulp die meneer zo snel mogelijk een poetsvrouw stuurt.
Tijdens een volgend huisbezoek treffen we meneer met een gehechte hoofdwonde aan. Op onze vraag wat er is gebeurd, blijkt dat hij werd overvallen in de gang van de sociale woningblok. Hij vertelt ook dat hij al eens een dag heeft vastgezeten in de lift. De sociale woonblok staat vrijwel leeg, in afwachting van renovatie, enkel onze klant (op de hoogste verdieping) en een vriend van hem (verdiepingen lager) verblijven er nog. Er komen duidelijk nog andere mensen: de hele traphal staat vol troep, fietsen, kapotte televisietoestellen, het is er smerig! Er wordt contact opgenomen met de sociale dienst van de woningmaatschappij en die zorgt ervoor dat klant kan verhuizen naar een gelijkvloers appartementje in een andere straat. Via het sociaal centrum wordt er bekomen dat man een huurwaarborg in leen krijgt en dat de verhuis wordt gedaan door Levanto
.
Poetshulp verloopt goed, totdat er melding komt dat er iemand bij onze klant woont. Het blijkt de mantelzorger te zijn, die intussen dakloos is. We helpen ook deze man verder zodat onze klant niet het risico loopt uit zijn sociale woning te worden gezet. Er ontstaan allerhande praktische problemen omdat blijkt dat man intussen niet meer goed voor zichzelf kan zorgen. Hij is bijvoorbeeld zodanig vermagerd dat zijn broeken allemaal te groot zijn geworden en hij kan geen nieuwe broeken kopen wegens financiële problemen. Na contactopname met BinnensteBuiten mag deze man daar zijn broeken binnenbrengen om ze te laten aanpassen. Gezinszorg is nog steeds niet bespreekbaar. Op een gegeven moment meldt een andere kennis van klant ons dat meneer W met hoogdringendheid werd opgenomen in het ziekenhuis. Vooraleer we de sociale dienst kunnen inschakelen blijkt dat man al naar huis is. De frequentie van de huisbezoeken wordt opnieuw opgedreven totdat meneer erin toestemt ook gezinszorg te laten komen. Tot op heden redt meneer het wel met de aangeboden hulp.
Case intrafamiliaal geweld
Meneer A. is een bejaarde man (80 jaar) die wordt aangemeld door de Wijknet Medewerker na een situatie van intra familiaal geweld door een inwonend familielid. In het verleden waren er al ernstige vermoedens van mishandeling maar alle hulp werd vakkundig buitengehouden en alles werd ontkend door betrokkenen.
Bij het laatste voorval hebben de buren de politie verwittigd en de dader meegenomen. Meneer zelf is er erg aan toe, niet in het minst op psychisch vlak. Tijdens de voorhechtenis van de dader implementeert onze dienst verschillende diensten, in samenwerking met de aanmelder. Na een paar huisbezoeken van het SSG, waarbij we de eerste administratieve brandjes blussen en vooral veel praten met mevrouw over wat er is gebeurd en haar gevoelens hieromtrent, kunnen we het vertrouwen van deze (eens zo argwanende) man winnen en hierdoor gezinszorg en poetshulp inschakelen. Man zelf heeft ook medische klachten waarvoor we de huisarts contacteren. De klant komt opnieuw meer buiten en wordt nauw in het oog gehouden door de buurt toezichters , de politie-inspecteur, bevoegd voor intra familiaal geweld in de regio, het dienstencentrum…
Alles lijkt goed te gaan, totdat de dader moet voorkomen en uiteindelijk vrijkomt. Hij laat zich vrijwillig opnemen in een psychiatrisch centrum maar komt blijkbaar tijdens de weekends (en op andere verlofmomenten) naar huis. Omdat onze klant beschermd moet worden tegen de agressie schakelen we de cel intra familiaal geweld van het OCMW in, die de nodige adviezen geeft en begint te bemiddelen en te communiceren met de bevoegde diensten om een duidelijk beeld te geven van de moeilijke situatie waarin onze klanten verkeert.
Op een gegeven moment worden we opgebeld door de verzorgende met de melding dat meneer verklaart gevallen te zijn: hij heeft een diepe hoofdwonde boven de wenkbrauw. We vermoeden onmiddellijk dat het vertelde verhaal (door klant) niet klopt en verwijzen verzorgende dringend door naar de huisarts, die een aantal hechtingen aanbrengt. Enkele weken later worden we opnieuw opgebeld door de verzorgende: meneer zou de wonde hebben opengekrabd in zijn slaap, een verhaal dat werkelijk niet waar kan zijn. We gaan onmiddellijk ter plaatse en stellen vast dat dit inderdaad niet kan. Verzorgende wordt opnieuw naar de huisarts verwezen die de wonde opnieuw hecht. SSG gaat, ter controle, de hechtingen stapsgewijs verwijderen bij klant.
Enkele weken later, hetzelfde verhaal: we worden nogmaals opgebeld met het dringende verzoek NU te komen kijken want meneer zou tegen de zetel zijn gevallen. We contacteren eerst de dienst intra familiaal geweld voor advies en vertrekken naar onze klant. Hij heeft 2 grote blauwe plekken op zijn voorhoofd, een aanzienlijke zwelling en een brilhematoom. Dit verhaal is totaal absurd: dit kan, gezien de positie van de meubels, werkelijk niet waar zijn. We proberen meneer A te laten vertellen wat er gebeurd is, maar hij zegt enkel dat het inwonend familielid dit niet gedaan heeft… De klant wenst geen klacht in te dienen bij de politie. We oriënteren hem naar de huisarts, na hem op voorhand gecontacteerd te hebben en gevraagd te hebben om de nodige vaststellingen “op papier” te zetten. Dit gebeurt.
Omdat de situatie opnieuw ernstig escaleert wordt er, in samenspraak met de toenmalige zorgcoördinator, een overleg georganiseerd tussen alle betrokken hulpverleners en dat zijn er heel wat. Er wordt overeengekomen dat er wordt gezocht naar een aparte seniorenwoning voor onze klant zodat het familielid een eigen plek heeft en onze klant rust krijgt. Dit wordt door de sociale dienst van de woningmaatschappij ook zo verteld aan betrokkenen.
Intussen blijkt dat de aanvraag voor budgettering bij het OCMW, omwille van schulden gemaakt door het familielid op naam van onze klant, is misgelopen. Onze dienst bemiddelt met het sociaal centrum in naam van de klant en er wordt overeengekomen de budgetbegeleiding pas op te starten als meneer daadwerkelijk verhuisd is, gezien de enorme tegenkanting van het inwonend familielid.
In deze case handelt het SSG op verschillende vlakken: we staan meneer psychisch bij, winnen zijn vertrouwen waardoor we andere hulpverleners binnen kunnen krijgen bij hem, houden het medisch aspect in het oog en verrichten verpleegtechnische handelingen, spelen verbindingsofficier voor de verschillende diensten die bij de klant aan huis komen, schalen de dienst intra familiaal geweld van het OCMW en de zorgcoördinator in, bemiddelen voor meneer A bij het sociaal centrum en gaan er geregeld op huisbezoek om en de vertrouwensband te bestendigen en de situatie in het oog te houden.
Bij het laatste voorval hebben de buren de politie verwittigd en de dader meegenomen. Meneer zelf is er erg aan toe, niet in het minst op psychisch vlak. Tijdens de voorhechtenis van de dader implementeert onze dienst verschillende diensten, in samenwerking met de aanmelder. Na een paar huisbezoeken van het SSG, waarbij we de eerste administratieve brandjes blussen en vooral veel praten met mevrouw over wat er is gebeurd en haar gevoelens hieromtrent, kunnen we het vertrouwen van deze (eens zo argwanende) man winnen en hierdoor gezinszorg en poetshulp inschakelen. Man zelf heeft ook medische klachten waarvoor we de huisarts contacteren. De klant komt opnieuw meer buiten en wordt nauw in het oog gehouden door de buurt toezichters , de politie-inspecteur, bevoegd voor intra familiaal geweld in de regio, het dienstencentrum…
Alles lijkt goed te gaan, totdat de dader moet voorkomen en uiteindelijk vrijkomt. Hij laat zich vrijwillig opnemen in een psychiatrisch centrum maar komt blijkbaar tijdens de weekends (en op andere verlofmomenten) naar huis. Omdat onze klant beschermd moet worden tegen de agressie schakelen we de cel intra familiaal geweld van het OCMW in, die de nodige adviezen geeft en begint te bemiddelen en te communiceren met de bevoegde diensten om een duidelijk beeld te geven van de moeilijke situatie waarin onze klanten verkeert.
Op een gegeven moment worden we opgebeld door de verzorgende met de melding dat meneer verklaart gevallen te zijn: hij heeft een diepe hoofdwonde boven de wenkbrauw. We vermoeden onmiddellijk dat het vertelde verhaal (door klant) niet klopt en verwijzen verzorgende dringend door naar de huisarts, die een aantal hechtingen aanbrengt. Enkele weken later worden we opnieuw opgebeld door de verzorgende: meneer zou de wonde hebben opengekrabd in zijn slaap, een verhaal dat werkelijk niet waar kan zijn. We gaan onmiddellijk ter plaatse en stellen vast dat dit inderdaad niet kan. Verzorgende wordt opnieuw naar de huisarts verwezen die de wonde opnieuw hecht. SSG gaat, ter controle, de hechtingen stapsgewijs verwijderen bij klant.
Enkele weken later, hetzelfde verhaal: we worden nogmaals opgebeld met het dringende verzoek NU te komen kijken want meneer zou tegen de zetel zijn gevallen. We contacteren eerst de dienst intra familiaal geweld voor advies en vertrekken naar onze klant. Hij heeft 2 grote blauwe plekken op zijn voorhoofd, een aanzienlijke zwelling en een brilhematoom. Dit verhaal is totaal absurd: dit kan, gezien de positie van de meubels, werkelijk niet waar zijn. We proberen meneer A te laten vertellen wat er gebeurd is, maar hij zegt enkel dat het inwonend familielid dit niet gedaan heeft… De klant wenst geen klacht in te dienen bij de politie. We oriënteren hem naar de huisarts, na hem op voorhand gecontacteerd te hebben en gevraagd te hebben om de nodige vaststellingen “op papier” te zetten. Dit gebeurt.
Omdat de situatie opnieuw ernstig escaleert wordt er, in samenspraak met de toenmalige zorgcoördinator, een overleg georganiseerd tussen alle betrokken hulpverleners en dat zijn er heel wat. Er wordt overeengekomen dat er wordt gezocht naar een aparte seniorenwoning voor onze klant zodat het familielid een eigen plek heeft en onze klant rust krijgt. Dit wordt door de sociale dienst van de woningmaatschappij ook zo verteld aan betrokkenen.
Intussen blijkt dat de aanvraag voor budgettering bij het OCMW, omwille van schulden gemaakt door het familielid op naam van onze klant, is misgelopen. Onze dienst bemiddelt met het sociaal centrum in naam van de klant en er wordt overeengekomen de budgetbegeleiding pas op te starten als meneer daadwerkelijk verhuisd is, gezien de enorme tegenkanting van het inwonend familielid.
In deze case handelt het SSG op verschillende vlakken: we staan meneer psychisch bij, winnen zijn vertrouwen waardoor we andere hulpverleners binnen kunnen krijgen bij hem, houden het medisch aspect in het oog en verrichten verpleegtechnische handelingen, spelen verbindingsofficier voor de verschillende diensten die bij de klant aan huis komen, schalen de dienst intra familiaal geweld van het OCMW en de zorgcoördinator in, bemiddelen voor meneer A bij het sociaal centrum en gaan er geregeld op huisbezoek om en de vertrouwensband te bestendigen en de situatie in het oog te houden.
donderdag 6 januari 2011
Eenzaamheid
een vrouw wordt aangemeld, ze heeft 3 jaar geleden haar echtgenoot verloren na een slepende ziekte. Mevrouw heeft jarenlang gewerkt als bejaardenhulp in een rusthuis maar werd depressief na het overlijden van haar man. Ze begon te drinken en kwam niet meer buiten. Administratie was een regelrechte puinhoop... Mevrouw werd opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en zo nu naar huis komen. Aan onze dienst werd er gevraagd om toezicht op de medicatie uit te oefenen en om mevrouw behulpzaam te zijn bij haar administratie. De sociale dienst van het ziekenhuis had intussen de administratie bijgewerkt, zo werd tenminste gemeld.
Tijdens het eerste huisbezoek bleek dat mevrouw sneller de medicatie uit de blisterverpakking kon halen dan ikzelf dat ooit had gezien en dat ze zich zeer bewust was van de noodzaak van het nemen van de juiste medicatie. De administratie was een regelrechte ramp. Zo was er niets geregeld ivm omniostatuut, had ze een afrekeing Nuon gekregen van iemand die niet bij haar woonde (officieel was die firma er ook niet gedomicilieerd), pensioenrechten waren niet meer geregeld en dies meer. Mevrouw gaf ook aan eenzaam te zijn, ondanks het hele netwerk dat er rond gebouwd was.
Tijdens het tweede huisbezoek verliep alles vlot maar gaf mevrouw aan dat de stap om buiten te komen groter begon te worden. Ze vroeg of ik drie weken later mee naar haar therapêut ging. Dit werd toegezegd. Het dak lekte, de rolluik was stuk, dus daarvoor werd de dienst van het zorgbedrijf gecontacteerd.
En dan begon het: collega van het zorgbedrijf belde dat mevrouw vreemd deed, de dag nadien kregen we telefoon dat mevrouw niet meer opendeed en dat broer ongerust was. Uiteindelijk bleek dat mevrouw was opgenomen nadat ze zelf 's nachts de hulpdiensten had gebeld omdat aze het niet meer zag zitten. De sociale dienst van het ziekenhuis werd gecontacteerd maar kon niets meer doen omdat klant met ontslag zou gaan.
Er werd met een dienst van het zorgbedrijf afgesproken dat ze er zouden langsgaan. Dat gebeurde ook, maar verder dan de voordeur werd er niet geraakt. Ook thuiszorg belde ivm de afspraken met de sociale werkplaats ivm dak en rolluik: ze waren ook ongerust. Onze dienst ging er ook langs met de hoop binnen te geraken door middel van de administratie die nog moest gebeuren. Mevrouw meldde dat ze griep had en dat we de volgende week mochten komen. De week nadien bleek mevrouw opnieuw opgenomen te zijn in een psychiatrisch ziekenhuis. Omdat de administratie ons niet gelukt was, probeerden we de sociale dienst van de desbetreffende afdeling te contacteren, ook om achtergrondinfo te kunnen doorgeven. Die dag werd ons 3 keer gevraagd om terug te bellen naar iemand die er uiteindelijk niet bleek te zijn. Dit scenario herhaalde zich nog enkele keren, dus stuurden we een mail naar de begeleider die we intussen te pakken kregen en die ons na een drietal weken pas contacteerde. Gelukkig was mevrouw toen nog wel opgenomen!
donderdag 19 augustus 2010
luizenissen
Luizenissen op het sociaal steunpunt gezondheid
Een drukke werkdag loopt ten einde: op de valreep worden we gecontacteerd door een thuisbegeleidingsdienst die wanhopig op zoek is naar een instantie die een luizenbehandeling bij een gezin kan opstarten. Het betreft een gezin met 5 kinderen, waarvan de oudste 14 jaar en de jongste 4 maanden is. Noch de thuisbegeleidingsdienst, noch de thuiszorgdienst blijken deze taak te kunnen/mogen verrichten. Wanneer ook nog blijkt dat de moeder van het gezin ernstig visueel gehandicapt is, zeggen we toe vanuit het SSG om deze mensen verder te helpen. Later vernemen we dat het comité bijzondere jeugdzorg dit gezin begeleidt omdat er in het verleden teveel taken op de schouders van het oudste meisje terechtkwamen, wat resulteerde in spanningen binnen het gezin.
Bij het eerste contact blijkt dat betrokkenen in een verzorgde woning van de sociale huisvestingsmaatschappij wonen. Er wordt verteld dat vader op reis is. Het jongste kind, een baby van 4 maanden, heeft amper haar en geen luizen, een ander broertje heeft uit pure wanhoop zijn haar kortgeschoren. De 3 meisjes en de moeder hebben echter erg veel bezoek van de kriebeldieren. Omdat de moeder maar 3% zicht heeft, is het voor haar absoluut onmogelijk om de luizen te kunnen zien... Dit zorgt voor frustraties. Tijdens de inwerktijd van de shampoo (gelukkig verkregen door de thuisbegeleidingsdienst) voeren we een gesprek over de andere maatregelen die er genomen zullen moeten worden: er wordt advies gegeven over het luchtdicht verpakken van kleding en spullen die niet al te warm gewassen kunnen worden. Het beddengoed van het voltallige gezin, de handdoeken en tutti quanti vliegen onherroepelijk in de wasmand. Door het geven van positieve bekrachtiging tussen deze tips door, wordt het gevoel van welbevinden (welzijn) opgekrikt.
Al snel blijkt dat de was zich sowieso al opstapelt zonder dat de handdoeken die werden gebruikt voor de luizenbehandeling erbij worden gelegd. Omdat ook de badkamer aan de eerder kleine kant is, stellen we voor om in de toekomst de badkamer en de handdoeken van het sociaal steunpunt gezondheid te gebruiken.
Enkele dagen later is het gezin opnieuw op post, ditmaal op het sociaal steunpunt gezondheid.. Ook nu wordt er weer volop gepraat tijdens de inwerktijd van de shampoo. Tijdens een korte uitleg over de diëtiste die op onze dienst werkt, vertelt het derde kind, dat inderdaad aan de mollige kant is, dat ze dolgraag een dieet zou willen volgen omdat ze erom gepest wordt op school. Ze gaat er dan ook niet graag naartoe en de schoolresultaten zijn, mede door dit gepest, slecht. Er wordt onmiddellijk een gesprek geregeld waaruit een afspraak voortvloeit. De moeder is blij want door het beperkte inkomen, vader stempelt en is wanhopig op zoek naar werk, is er geen budget over om een consult bij een reguliere diëtiste te betalen.
Tijdens een volgende sessie komt ook de moeder los en vertelt ze over haar handicap en hoe moeilijk het voor haar is. Ze werd zelfs een tijdlang opgenomen in het ziekenhuis met een depressie. De ziekenhuisrekening kon niet onmiddellijk betaald worden, waardoor ze nu nog steeds maandelijks afbetaalt om de ziekenhuisschuld te vereffenen. Dit hypothekeert het gezinsbudget nog meer, zeker als blijkt dat de oudste dochter een beugel dient te dragen en er maandelijks een controle dient te gebeuren door de orthodontist.
Met de start van het schooljaar in het vooruitzicht blijkt dat de kinderen nood hebben aan kleding en schoenen, die we zoveel mogelijk proberen te geven vanuit ons voorraadje in de kelder. Als dit onvoldoende blijkt, sturen we betrokkenen door naar een tweedehandswinkel van de Welzijnsschakel. De verzorgende zal vermoedelijk met de moeder meegaan, als ze door de berg was heengeraakt. Anders zal er een andere oplossing moeten worden gezocht.
Een ogenschijnlijk eenvoudig probleem blijkt enigszins anders te zijn. Tijdens de behandelingen werden er bij dit gezin knelpunten zichtbaar op de volgende gebieden: gezondheid, inkomen en schulden, welzijn, justitie, arbeid en tewerkstelling, gezin en onderwijs. Over de sociale contacten en de cultuurbeleving is ons tot op heden nog niets bekend. Waarschijnlijk zullen er op dit vlak ook problemen komen bovendrijven. Gelukkig is alles in orde met de huisvesting!
Een drukke werkdag loopt ten einde: op de valreep worden we gecontacteerd door een thuisbegeleidingsdienst die wanhopig op zoek is naar een instantie die een luizenbehandeling bij een gezin kan opstarten. Het betreft een gezin met 5 kinderen, waarvan de oudste 14 jaar en de jongste 4 maanden is. Noch de thuisbegeleidingsdienst, noch de thuiszorgdienst blijken deze taak te kunnen/mogen verrichten. Wanneer ook nog blijkt dat de moeder van het gezin ernstig visueel gehandicapt is, zeggen we toe vanuit het SSG om deze mensen verder te helpen. Later vernemen we dat het comité bijzondere jeugdzorg dit gezin begeleidt omdat er in het verleden teveel taken op de schouders van het oudste meisje terechtkwamen, wat resulteerde in spanningen binnen het gezin.
Bij het eerste contact blijkt dat betrokkenen in een verzorgde woning van de sociale huisvestingsmaatschappij wonen. Er wordt verteld dat vader op reis is. Het jongste kind, een baby van 4 maanden, heeft amper haar en geen luizen, een ander broertje heeft uit pure wanhoop zijn haar kortgeschoren. De 3 meisjes en de moeder hebben echter erg veel bezoek van de kriebeldieren. Omdat de moeder maar 3% zicht heeft, is het voor haar absoluut onmogelijk om de luizen te kunnen zien... Dit zorgt voor frustraties. Tijdens de inwerktijd van de shampoo (gelukkig verkregen door de thuisbegeleidingsdienst) voeren we een gesprek over de andere maatregelen die er genomen zullen moeten worden: er wordt advies gegeven over het luchtdicht verpakken van kleding en spullen die niet al te warm gewassen kunnen worden. Het beddengoed van het voltallige gezin, de handdoeken en tutti quanti vliegen onherroepelijk in de wasmand. Door het geven van positieve bekrachtiging tussen deze tips door, wordt het gevoel van welbevinden (welzijn) opgekrikt.
Al snel blijkt dat de was zich sowieso al opstapelt zonder dat de handdoeken die werden gebruikt voor de luizenbehandeling erbij worden gelegd. Omdat ook de badkamer aan de eerder kleine kant is, stellen we voor om in de toekomst de badkamer en de handdoeken van het sociaal steunpunt gezondheid te gebruiken.
Enkele dagen later is het gezin opnieuw op post, ditmaal op het sociaal steunpunt gezondheid.. Ook nu wordt er weer volop gepraat tijdens de inwerktijd van de shampoo. Tijdens een korte uitleg over de diëtiste die op onze dienst werkt, vertelt het derde kind, dat inderdaad aan de mollige kant is, dat ze dolgraag een dieet zou willen volgen omdat ze erom gepest wordt op school. Ze gaat er dan ook niet graag naartoe en de schoolresultaten zijn, mede door dit gepest, slecht. Er wordt onmiddellijk een gesprek geregeld waaruit een afspraak voortvloeit. De moeder is blij want door het beperkte inkomen, vader stempelt en is wanhopig op zoek naar werk, is er geen budget over om een consult bij een reguliere diëtiste te betalen.
Tijdens een volgende sessie komt ook de moeder los en vertelt ze over haar handicap en hoe moeilijk het voor haar is. Ze werd zelfs een tijdlang opgenomen in het ziekenhuis met een depressie. De ziekenhuisrekening kon niet onmiddellijk betaald worden, waardoor ze nu nog steeds maandelijks afbetaalt om de ziekenhuisschuld te vereffenen. Dit hypothekeert het gezinsbudget nog meer, zeker als blijkt dat de oudste dochter een beugel dient te dragen en er maandelijks een controle dient te gebeuren door de orthodontist.
Met de start van het schooljaar in het vooruitzicht blijkt dat de kinderen nood hebben aan kleding en schoenen, die we zoveel mogelijk proberen te geven vanuit ons voorraadje in de kelder. Als dit onvoldoende blijkt, sturen we betrokkenen door naar een tweedehandswinkel van de Welzijnsschakel. De verzorgende zal vermoedelijk met de moeder meegaan, als ze door de berg was heengeraakt. Anders zal er een andere oplossing moeten worden gezocht.
Een ogenschijnlijk eenvoudig probleem blijkt enigszins anders te zijn. Tijdens de behandelingen werden er bij dit gezin knelpunten zichtbaar op de volgende gebieden: gezondheid, inkomen en schulden, welzijn, justitie, arbeid en tewerkstelling, gezin en onderwijs. Over de sociale contacten en de cultuurbeleving is ons tot op heden nog niets bekend. Waarschijnlijk zullen er op dit vlak ook problemen komen bovendrijven. Gelukkig is alles in orde met de huisvesting!
dinsdag 22 december 2009
wat een dag!
Vandaag was een dag zoals ik er liever niet teveel in een jaar meemaak.
Het begon deze ochtend tijdens een huisbezoek (door de sneeuw, natte voeten). Er deed niemand open... Terug naar bureau (door de sneeuw, natte voeten), gebeld naar mantelzorger van meneer, iemand anders nam af. Ze waren het vergeten en ja, ik mocht komen. (door de sneeuw, natte voeten). Bleek dat de mantelzorger himself was gaan lopen uit het ziekenhuis waar hij de avond voordien was opgenomen en dat hij spoorloos bleek. Paniek wat gesust en op weg naar volgende huisbezoek (door de sneeuw, natte voeten).
Daar deed... niemand open. Terug naar bureau om te gaan bellen want het was wel onrustwekkend aangezien de warme (ooit geweest) maaltijden nog netjes in hun doosjes op de drempel stonden (door de sneeuw, natte voeten).
Naar tig diensten en mensen gebeld: niemand wist iets en hoe meer info ik kreeg, hoe onrustwekkender het werd. Uiteindelijk slotenmaker laten komen, terug naar de woning (door de sneeuw, natte voeten), 112 gebeld, info gegeven aan ambulanciers/verpleegkundigen, personeelslid van sociale woningmaatschappij ontvangen, nog maar eens bij de buren gebeld die de deur niet wilden openen, info gegeven aan slotenmaker, nog eens dezelfde info gegeven aan politie. Gewacht totdat slotenmaker deur kon openen (maar sleutel zat nog aan de binnenkant van de deur), uiteindelijk met zijn allen naar binnen... meneer werd quasi uitgedroogd gevonden op bed, mevrouw lag in een vreemde pose in de badkamer: onderkoeld en zo wit als een maagdelijk wit blad papier met een groot contrasterend hematoom op het voorhoofd. Meneer bezig gehouden terwijl er voor mevrouw werd gezorgd, siskaart en pas gezocht, proberen propere kleding voor meneer te zoeken, gewacht op 2e ziekenwagen, iets afgesproken over de sleutel en terug naar het bureau (door de sneeuw, natte voeten). Intussen alle betrokkenen die ik 's morgens had gecontacteerd terug opgebeld om te melden wat er was gebeurd. Gelukkig was ik op huisbezoek gekomen...
Het begon deze ochtend tijdens een huisbezoek (door de sneeuw, natte voeten). Er deed niemand open... Terug naar bureau (door de sneeuw, natte voeten), gebeld naar mantelzorger van meneer, iemand anders nam af. Ze waren het vergeten en ja, ik mocht komen. (door de sneeuw, natte voeten). Bleek dat de mantelzorger himself was gaan lopen uit het ziekenhuis waar hij de avond voordien was opgenomen en dat hij spoorloos bleek. Paniek wat gesust en op weg naar volgende huisbezoek (door de sneeuw, natte voeten).
Daar deed... niemand open. Terug naar bureau om te gaan bellen want het was wel onrustwekkend aangezien de warme (ooit geweest) maaltijden nog netjes in hun doosjes op de drempel stonden (door de sneeuw, natte voeten).
Naar tig diensten en mensen gebeld: niemand wist iets en hoe meer info ik kreeg, hoe onrustwekkender het werd. Uiteindelijk slotenmaker laten komen, terug naar de woning (door de sneeuw, natte voeten), 112 gebeld, info gegeven aan ambulanciers/verpleegkundigen, personeelslid van sociale woningmaatschappij ontvangen, nog maar eens bij de buren gebeld die de deur niet wilden openen, info gegeven aan slotenmaker, nog eens dezelfde info gegeven aan politie. Gewacht totdat slotenmaker deur kon openen (maar sleutel zat nog aan de binnenkant van de deur), uiteindelijk met zijn allen naar binnen... meneer werd quasi uitgedroogd gevonden op bed, mevrouw lag in een vreemde pose in de badkamer: onderkoeld en zo wit als een maagdelijk wit blad papier met een groot contrasterend hematoom op het voorhoofd. Meneer bezig gehouden terwijl er voor mevrouw werd gezorgd, siskaart en pas gezocht, proberen propere kleding voor meneer te zoeken, gewacht op 2e ziekenwagen, iets afgesproken over de sleutel en terug naar het bureau (door de sneeuw, natte voeten). Intussen alle betrokkenen die ik 's morgens had gecontacteerd terug opgebeld om te melden wat er was gebeurd. Gelukkig was ik op huisbezoek gekomen...
donderdag 22 oktober 2009
Kafka op 't werk
Omdat er soms toch wel behoorlijk tot de verbeelding sprekende dingen gebeuren op het werk, heb ik besloten een blog te maken om de gegevens neer te schrijven... Een afgesloten blog weliswaar omdat het soms toch wel bijzonder vertrouwelijke info is.
Zo kreeg ik vandaag een neef van een overleden klante op bezoek. Mevrouw is eergisteren overleden in een ZNA ziekenhuis (na een heel moeilijke zorgsituatie thuis). Meneer kan het lichamelijk noch geestelijk aan om de hele rompslomp van begrafenis, verwerpen van erfenis, inboedel ontruimen e.d.m. te regelen. Hij vroeg of wij hem hierin konden helpen...
Eerste telefoon was naar de sociale dienst van de kliniek in kwestie,er zouden er nog veel volgen. In het totaal ben ik een drietal uren zoet geweest, heb ik half het OCMW aan de lijn gehad om uiteindelijk te kunnen concluderen dat er niemand de inboedel kan ontruimen en dat de neef van de klante dit moest overlaten aan de huisbaas. Deze laatste moest dan wel naar het vredegerecht gaan...
Zo kreeg ik vandaag een neef van een overleden klante op bezoek. Mevrouw is eergisteren overleden in een ZNA ziekenhuis (na een heel moeilijke zorgsituatie thuis). Meneer kan het lichamelijk noch geestelijk aan om de hele rompslomp van begrafenis, verwerpen van erfenis, inboedel ontruimen e.d.m. te regelen. Hij vroeg of wij hem hierin konden helpen...
Eerste telefoon was naar de sociale dienst van de kliniek in kwestie,er zouden er nog veel volgen. In het totaal ben ik een drietal uren zoet geweest, heb ik half het OCMW aan de lijn gehad om uiteindelijk te kunnen concluderen dat er niemand de inboedel kan ontruimen en dat de neef van de klante dit moest overlaten aan de huisbaas. Deze laatste moest dan wel naar het vredegerecht gaan...
Abonneren op:
Posts (Atom)
