’s Morgens vroeg rinkelt de telefoon: een paniekerige mevrouw vraagt of wij de dienst zijn die bij haar buurvrouw op bezoek zal komen. Ze heeft een kaartje gevonden waarin stond dat er “iemand” van het ocmw zou langskomen, later die week. Op ons ontkennend antwoord vertelt ze een verhaal: haar buurvrouw is, na het recente overlijden van haar vriend, teruggekomen naar de woning die deels haar eigendom is. Ze werd door de buren helemaal verward aangetroffen, zittend op de drempel. De buren belden de ziekenwagen maar diezelfde avond stond mevrouw al terug voor de deur. De buren maken zich zorgen over de verwardheid van mevrouw L en over de staat van de woning. Het is hartje winter, steenkoud, en ze vermoeden dat er geen verwarming is.
Die zelfde middag gaan we op huisbezoek. We ruiken een koude, vochtige woning, maar gelukkig brandt er 1 kachel. Mevrouw geeft inderdaad een erg verwarde indruk en springt tijdens het gesprek van de hak op de tak. We kunnen gelukkig achterhalen dat er een huisarts was in het verleden (en gelukkig ook een naam van de arts in kwestie). Er zijn geen mantelzorgers… of mevrouw weet het niet meer.
Het Sociaal Steunpunt Gezondheid contacteert de buurvrouw om te melden dat onze dienst zal instappen bij mevrouw. De huisarts wordt gecontacteerd en nadat die laatste heeft gehoord wat onze indrukken zijn, beloofd ze dat ze er dezelfde dag nog op huisbezoek zal gaan. De arts wist niet dat mevrouw terug thuis was maar ze kan ons wel vertellen dat er in het verleden als problemen met verwardheid en depressies waren. Mevrouw was in het verleden in behandeling bij een neuropsychiater maar ze kwam de afspraken niet na… ze kon dit waarschijnlijk niet onthouden of was bang om te weten wat er aan de hand was.
Vanuit het SSG maken we een nieuwe afspraak met dezelfde neuropsychiater.
’s Middags belt de huisarts ons terug op: ze heeft medicatie voorgeschreven en iemand zou die met mevrouw moeten gaan halen en moeten klaarzetten. We gaan op stap met mevrouw, na eerst het doktersvoorschrift overal te hebben gezocht, naar de apotheker. Mevrouw blijkt absoluut niet op de hoogte te zijn van de waarde van een euro. Thuis blijkt ze op een verborgen plaats heel wat geld te hebben verstopt… We zetten de medicatie klaar in een weekdispenser en vertrekken terug naar het SSG om contact op te nemen met de collega’s van de dienst gezinszorg om dringend gezinszorg aan te vragen.
In afwachting van inschakeling van deze laatste dienst, gaan we minstens 1 keer per week op bezoek bij mevrouw. Tijdens het eerstvolgende bezoek blijkt dat mevrouw alle pillen uit de dispenser heeft gehaald, ze gesorteerd heeft op kleur en ze vervolgens weer in de bakjes heeft gelegd. Dit is erg gevaarlijk! Dit wordt gemeld aan de huisarts en er wordt, op aanraden van de huisarts, thuisverpleging aangevraagd aan een frequentie van 1 keer per dag. Ze kunnen naast het klaarzetten van de medicatie en de controle op de inname ervan, ineens mevrouw wassen en aankleden want ook dat is nodig.
Mevrouw wordt hoe langer hoe meer verward: op een gegeven moment gaan we op huisbezoek en ontdekken dat mevrouw de gaskraan heeft opengezet omdat ze het niet meer ziet zitten. De huisarts wordt erbij gehaald…
Omdat we ook twijfelen aan de kwaliteit van de voedingen van mevrouw wordt er, met haar toestemming, ook een aanvraag voor het bekomen van warme maaltijden gedaan. Onze dienst neemt contact op met de maatschappelijk werker van de dienst plaatsingen om na te gaan of een aanvraag tot het bekomen van een serviceflat, als wel een plaatsingsaanvraag in een rusthuis kan gebeuren. We brengen een huisbezoek, samen met voornoemde maatschappelijk werkers, in de hoedanigheid van vertrouwensfiguur van deze klant en mevrouw stemt toe met een aanvraag.
Tijdens de volgende huisbezoeken blijkt dat de komst van de thuisverpleging de situatie al ten goede heeft gekeerd: mevrouw ziet er netjes uit, heeft geen lichaamsgeur en neemt de medicatie naar behoren in. De thuisverpleging ontdekt een huidprobleem bij mevrouw, maakt een afspraak in het ziekenhuis bij de dermatoloog en vraagt aan onze dienst of we kunnen meegaan. Mevrouw zelf is absoluut niet in staat om de weg te vinden of de afspraak nog maar te onthouden. Tijdens de tocht naar het ziekenhuis vertelt mevrouw dat ze echt erg eenzaam is en WijkNet wordt ingeschakeld.
De datum van het consult met de neuropsychiater breekt aan en we gaan mee met mevrouw, die overduidelijk erg zenuwachtig is en nog meer in de war geraakt door de idee alleen al. De neuropsychiater geeft aan dat het schitterend is dat er ditmaal iemand bij is die meer kan vertellen over het functioneren van mevrouw in de thuissituatie en die mee de afspraak in het oog kan houden. Na dit consult volgt een verder onderzoek, waarbij we ook meegaan met klant
.
Intussen zijn er al zoveel betrokken partners bij mevrouw dat een zorgoverleg zich opdringt. Tijdens dit zorgoverleg wordt er beslist om mevrouw 1 keer per week naar het dienstencentrum te laten gaan om daar een warme maaltijd te gebruiken en in het gezelschap te zijn van andere mensen.Uiteindelijk, meer dan een jaar later, meldt klant dat ze graag naar een rusthuis zou gaan
donderdag 24 maart 2011
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten