Meneer A. is een bejaarde man (80 jaar) die wordt aangemeld door de Wijknet Medewerker na een situatie van intra familiaal geweld door een inwonend familielid. In het verleden waren er al ernstige vermoedens van mishandeling maar alle hulp werd vakkundig buitengehouden en alles werd ontkend door betrokkenen.
Bij het laatste voorval hebben de buren de politie verwittigd en de dader meegenomen. Meneer zelf is er erg aan toe, niet in het minst op psychisch vlak. Tijdens de voorhechtenis van de dader implementeert onze dienst verschillende diensten, in samenwerking met de aanmelder. Na een paar huisbezoeken van het SSG, waarbij we de eerste administratieve brandjes blussen en vooral veel praten met mevrouw over wat er is gebeurd en haar gevoelens hieromtrent, kunnen we het vertrouwen van deze (eens zo argwanende) man winnen en hierdoor gezinszorg en poetshulp inschakelen. Man zelf heeft ook medische klachten waarvoor we de huisarts contacteren. De klant komt opnieuw meer buiten en wordt nauw in het oog gehouden door de buurt toezichters , de politie-inspecteur, bevoegd voor intra familiaal geweld in de regio, het dienstencentrum…
Alles lijkt goed te gaan, totdat de dader moet voorkomen en uiteindelijk vrijkomt. Hij laat zich vrijwillig opnemen in een psychiatrisch centrum maar komt blijkbaar tijdens de weekends (en op andere verlofmomenten) naar huis. Omdat onze klant beschermd moet worden tegen de agressie schakelen we de cel intra familiaal geweld van het OCMW in, die de nodige adviezen geeft en begint te bemiddelen en te communiceren met de bevoegde diensten om een duidelijk beeld te geven van de moeilijke situatie waarin onze klanten verkeert.
Op een gegeven moment worden we opgebeld door de verzorgende met de melding dat meneer verklaart gevallen te zijn: hij heeft een diepe hoofdwonde boven de wenkbrauw. We vermoeden onmiddellijk dat het vertelde verhaal (door klant) niet klopt en verwijzen verzorgende dringend door naar de huisarts, die een aantal hechtingen aanbrengt. Enkele weken later worden we opnieuw opgebeld door de verzorgende: meneer zou de wonde hebben opengekrabd in zijn slaap, een verhaal dat werkelijk niet waar kan zijn. We gaan onmiddellijk ter plaatse en stellen vast dat dit inderdaad niet kan. Verzorgende wordt opnieuw naar de huisarts verwezen die de wonde opnieuw hecht. SSG gaat, ter controle, de hechtingen stapsgewijs verwijderen bij klant.
Enkele weken later, hetzelfde verhaal: we worden nogmaals opgebeld met het dringende verzoek NU te komen kijken want meneer zou tegen de zetel zijn gevallen. We contacteren eerst de dienst intra familiaal geweld voor advies en vertrekken naar onze klant. Hij heeft 2 grote blauwe plekken op zijn voorhoofd, een aanzienlijke zwelling en een brilhematoom. Dit verhaal is totaal absurd: dit kan, gezien de positie van de meubels, werkelijk niet waar zijn. We proberen meneer A te laten vertellen wat er gebeurd is, maar hij zegt enkel dat het inwonend familielid dit niet gedaan heeft… De klant wenst geen klacht in te dienen bij de politie. We oriënteren hem naar de huisarts, na hem op voorhand gecontacteerd te hebben en gevraagd te hebben om de nodige vaststellingen “op papier” te zetten. Dit gebeurt.
Omdat de situatie opnieuw ernstig escaleert wordt er, in samenspraak met de toenmalige zorgcoördinator, een overleg georganiseerd tussen alle betrokken hulpverleners en dat zijn er heel wat. Er wordt overeengekomen dat er wordt gezocht naar een aparte seniorenwoning voor onze klant zodat het familielid een eigen plek heeft en onze klant rust krijgt. Dit wordt door de sociale dienst van de woningmaatschappij ook zo verteld aan betrokkenen.
Intussen blijkt dat de aanvraag voor budgettering bij het OCMW, omwille van schulden gemaakt door het familielid op naam van onze klant, is misgelopen. Onze dienst bemiddelt met het sociaal centrum in naam van de klant en er wordt overeengekomen de budgetbegeleiding pas op te starten als meneer daadwerkelijk verhuisd is, gezien de enorme tegenkanting van het inwonend familielid.
In deze case handelt het SSG op verschillende vlakken: we staan meneer psychisch bij, winnen zijn vertrouwen waardoor we andere hulpverleners binnen kunnen krijgen bij hem, houden het medisch aspect in het oog en verrichten verpleegtechnische handelingen, spelen verbindingsofficier voor de verschillende diensten die bij de klant aan huis komen, schalen de dienst intra familiaal geweld van het OCMW en de zorgcoördinator in, bemiddelen voor meneer A bij het sociaal centrum en gaan er geregeld op huisbezoek om en de vertrouwensband te bestendigen en de situatie in het oog te houden.
donderdag 24 maart 2011
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten